revalidatie na schouderprothese

Revalidatie na een schouderprothese: herstel, oefeningen en valkuilen

Een schouderprothese is een ingrijpende orthopedische ingreep, meestal toegepast bij ernstige artrose, peesfalen of na een complex schoudertrauma. De revalidatie is essentieel voor het succes van de operatie en vraagt om een gestructureerde aanpak. In dit artikel lees je alles over de soorten schouderprothesen, het revalidatieproces, oefeningen per fase en wetenschappelijke inzichten.

Wat is een schouderprothese?

Een schouderprothese is een kunstgewricht dat de beschadigde delen van de schouder vervangt. Er zijn twee hoofdtypes:

1. Anatomische schouderprothese

  • Vervangt de kop van de bovenarm en de kom van het schouderblad.

  • Wordt gebruikt wanneer de rotator cuff nog functioneel is.

2. Omgekeerde schouderprothese (reverse)

  • De positie van kop en kom wordt omgedraaid.

  • Geschikt bij irreparabele rotator cuff letsels of bij oudere patiënten met complexe artrose (Werthel et al., 2020).

  • De m. deltoideus neemt deels de functie van de cuff over.

Indicaties voor een schouderprothese

  • Glenohumerale artrose

  • Massale rotator cuff rupturen

  • Posttraumatische schouderinstabiliteit

  • Reumatoïde artritis

  • Mislukte eerdere schouderoperaties

Fasen van revalidatie na schouderprothese

De revalidatie na een schouderprothese is afhankelijk van het type implantaat, leeftijd, doelen en eventuele complicaties. Onderstaande fasering is gebaseerd op aanbevelingen uit o.a. de KNGF-richtlijn Schouderklachten (2021) en internationale literatuur (Holcomb et al., 2023).

Fase 1: Immobilisatie en pijnmanagement (week 0–4)

  • Arm in sling of abductiekussen (24/7)

  • Geen actieve schouderbeweging

  • Passieve mobilisatie onder begeleiding

  • Bewegingen onder schouderhoogte

  • Educatie over houding, ADL en wondzorg

Fase 2: Actieve mobilisatie en ADL-herstel (week 4–8)

  • Start actieve bewegingen onder begeleiding

  • Verbetering ROM (range of motion)

  • Oefeningen met stok of pulley

  • Scapulastabiliteit en houdingstraining

Wetenschappelijke onderbouwing:

  • Scapulagerichte therapie verlaagt pijnscores en verbetert functie bij omgekeerde prothesen (Klintberg et al., 2022)

Fase 3: Krachtopbouw en coördinatie (week 8–16)

  • Weerstandsoefeningen (licht)

  • Trainen van m. deltoideus en scapulastabilisatoren

  • Werken aan functionele mobiliteit

  • Voorzichtig opbouwen tot schouderhoogte

Let op: Geen zware belasting of exorotatie tegen weerstand bij reverse prothese zonder supervisie

Fase 4: Functionele integratie en onderhoud (vanaf week 16)

  • ADL-taken met volledige ROM

  • Sporthervatting of werkhervatting (indien haalbaar)

  • Preventie van overbelasting

  • Zelfmanagementplan en periodieke controle

Prognose en herstelduur

DoelTijdspad
Onafhankelijke ADL6–8 weken
Actieve ROM tot 120°8–12 weken
Werkhervatting (lichte taken)8–12 weken
Volledig herstel of plateau6–12 maanden

Mogelijke complicaties om op te letten

  • Instabiliteit of luxatie van de prothese

  • Infectie of loslating

  • Frozen shoulder

  • Subscapularisscheur (bij anatomische prothese)

  • Overbelasting m. deltoideus (bij reverse)

Veelgemaakte valkuilen

  • Te snel opbouwen zonder ROM-controle

  • Onvoldoende scapulatraining

  • Geen begeleiding bij thuistraining

  • Slechte houding of compensatiebewegingen

Interne links

Conclusie

Revalidatie na een schouderprothese vraagt om kennis, begeleiding en geduld. Door je aan het gefaseerde plan te houden, regelmatig te oefenen en contact te houden met je fysiotherapeut, verhoog je de kans op een functioneel en pijnvrij resultaat.

Disclaimer

De informatie in dit artikel is bedoeld voor educatieve doeleinden en vormt geen vervanging voor professioneel medisch advies. Raadpleeg bij twijfel altijd je behandelend arts of fysiotherapeut.