enkelblessure enkelletsel

Enkelblessure of enkelletsel?

In Nederland krijgen ongeveer 600.000 mensen per jaar te maken met een enkelblessure of enkelletsel. Veelal ontstaan door sporten maar er kunnen ook andere oorzaken aan ten grondslag liggen (denk aan ergens vanaf vallen, verstappen op oneffen terrein of als gevolg van eerder opgelopen enkelinstabiliteit). Van deze 600.000 mensen  raadpleegt ongeveer 1 op de 3 een huisarts. 

1.Verzwikking, verstuiking of erger?

Er zijn veel typen enkelblessures variërend van een lichte verzwikking waar je een paar uur hinder van hebt tot een gecompliceerde breuk waar je een jaar van moet herstellen. Hierbij een opsomming van de meest voorkomende blessures inclusief symptomen.

#1. Verzwikking

Over het algemeen kan de enkel en voet wel tegen een stootje. De gewrichten in de enkel en voet zijn zo ontworpen dat er behoorlijk wat druk en belasting op uitgeoefend kan worden. Denk bv aan hardlopen. Op het moment dat je neerkomt op je voet -tijdens de zogenaamde landingsfase- moeten je enkel en voet ongeveer 4x je lichaamsgewicht kunnen verwerken.

Dit gaat goed door de typische bouw van de enkel en de voet(wortel/boog). Verder worden de gewrichten van de enkel en voet versterkt dmv banden en kapsel. Denk hierbij aan de bekende enkelbanden. Daarnaast worden enkel en voet dynamisch verstevigd en gestabiliseerd dmv pezen en spieren.

Wanneer je je enkel verzwikt dan komt er rek op je kapsel, banden, of pezen. Doordat deze structuren tijdelijk net iets verder uitrekken dan wat de bedoeling is ontstaat er zogenoemde microschade waardoor er pijn en of een zwelling optreedt. De voet kan ondanks de pijn goed belast worden en de enkel oogt niet blauw. Een lichte vorm van enkelblessure.

#2. Verstuiking

Wanneer je je enkel en of voet verstuikt is de schade aan het weefsel groter. Het verschil tussen een verzwikking en verstuiking zit hem in het feit dat met verstuiken je banden gedeeltelijk (graad 2) of geheel (graad 3) inscheuren. 

Er lopen ook bloedvaten door je banden en wanneer je je enkelband(en) echt inscheurt dan raken er ook bloedvaten beschadigd. Hierdoor ontstaat er buiten pijn en zwelling vaak een hematoom oftewel bloeduitstorting. 

Banden scheuren over het algemeen in een bepaalde volgorde; Als eerste is vaak het ligament talofibulare anterius aangedaan, daarna het calcaneofibulare ligament en vervolgens talofibulare posterior en tibiofibulare anterius inferius.

enkelbanden

Mocht er een ruptuur of volledige scheuring optreden van het ligament“tibiofibulare anterius inferius” dan spreekt men van een ‘syndesmose ruptuur’. In het begin is deze ruptuur moeilijk te onderscheiden van ‘gewoon inversie letsel’ echter hierbij is vaak minder zwelling en erg veel pijn bijdorsaal flexie(het omhoog brengen of achterover trekken van de voet).

Mocht dit het geval zijn(vaak te herkennen tijdens echografisch onderzoek) dan is het langdurig dragen van een brace vaak noodzakelijk voor goed herstel.

In dit geval spreken we van een ernstige enkelblessure.

#3. Enkel of voetwortel fractuur

Het kan zoals gezegd ook voorkomen dat er een breuk optreedt in de enkel of voet. Kenmerkend voor een breuk is het onvermogen de voet te belasten.

Wanneer het vanwege de pijn niet mogelijk is de voet 4 stappen te belasten dan moet er een Arts geraadpleegd worden zodat er foto’s gemaakt kunnen worden van de enkel en/of voet.

Meest voorkomende plaatsen waar een breuk optreedt is ter hoogte van of in het verlengde van de mediale of laterale malleolus(binnen of buitenzijde enkel), Os naviculare(binnenzijde voet) en metatarsale V (buitenzijde voet).

2. Behandeling en fases van herstel

Zijn er geen belemmerende factoren voor herstel geconstateerd zoals een breuk of inklemming van weke delen dan kan begonnen worden met het herstelproces van de enkelblessure.

In een normaal herstelproces zijn 4 fasen van herstel van weefsel te onderscheiden. 

  • 1. De ontstekingsfase 
  • 2. De Proliferatiefase 
  • 3. De vroege remodellering  
  • 4. De late remodellering

#1. Ontstekingsfase, 0 tot 3 dagen

Direct na het ontstaan van de enkelblessure ontstaat er pijn en zwelling. Doel van deze fase is reductie van pijn en zwelling, verbetering van circulatie en opvoeren van belasting. Belangrijk in deze fase is:

  • Direct na het ontstaan van de blessure koelen met een Coldpack;  
  • Rek/compressie verband aanleggen(dit voor het tegengaan van de zwelling).
  • Rust nemen door de voet zoveel mogelijk omhoog te leggen.
  • Belasten op geleide van de pijn. Probeer op de voet te staan, hierbij mag de pijn niet gaan overheersen.
  • Voorkom langdurige belasting zoals (lang) staan en lopen. Tijdens langdurig zitten de voet omhoog leggen.

#2. Proliferatiefase, 4 tot 10 dagen

Belangrijk in deze fase is het oefenen van de functies/bewegingen van de enkel en vergroten van de belasting.

  • Probeer te gaan lopen, na 4 tot 10 dagen moet de voet volledig belast kunnen worden.
  • Oefen door de voet actief te bewegen. Sla een handdoek om de bal van de voet en oefen het ‘gas geven’. Geef weerstand door aan de handdoek te trekken.
  • Zorg in deze fase voor ondersteuning middels intapen of een brace.

#3. Vroege remodellering, 11 tot 21 dagen

In deze fase is het belangrijk dat de dynamische stabiliteit en actieve spierkracht getraind gaat worden.

  • Tijdens zwaardere belasting zoals lang staan, lopen en beginnen met sporten is ondersteuning middels tape of een brace zeer aan te bevelen. De spieren zijn namelijk nog niet in staat volledig actief te ondersteunen.
  • Trainen van dynamische stabiliteit. Verbeter je looppatroon(gelijk belasten), verleng de loopafstand.
  • Begin met 1 minuut staan op één been (de aangedane zijde), eerst met ogen open, daarna de ogen sluiten. 

#4. Late remodellering, 3 tot 6 weken

  • Uitbreiden van loopafstand, traplopen, indien van toepassing beginnen met joggen, rustig hardlopen.
  • Uitbreiden belastbaarheid. Denk hierbij aan huppen en springen, in eerste instantie op 2 benen, wanneer dit goed dan gaan oefenen op de aangedane zijde.

Volledig herstel van verrekte of gescheurde enkelbanden kan 3 maanden duren. Het is zelfs mogelijk dat je na een jaar nog steeds nog steeds pijn ervaart met zwaar belasten of sporten.

3. Blijvende instabiliteit

Wanneer je ondanks bovengenoemde tips toch nog regelmatig door je enkel gaat of instabiliteit ervaart dan is volgens de meest recente onderzoeken het beste advies een enkel brace. Dit ter ondersteuning van sporten en tijdens intensieve inspanning. Het dragen van een brace is functioneel en zorgt op lange termijn niet voor verlies van stabiliteit of spierkracht. Een brace kan dus zonder probleem langdurig gedragen worden.

Waarom een enkelbrace?

Een goede enkelbrace zorgt voor de juiste stabiliteit en ondersteuning bij jouw specifieke enkelklacht. Hierdoor wordt de enkel minder intensief belast waardoor de pijn en kans op (sport)blessures significant afneemt. 

Een goede brace zorgt er namelijk voor de de enkel beperkt wordt tijdens bepaalde bewegingen. Een goede brace geeft druk of weerstand wanneer de enkel in de uiterste stand komt en overbelasting dreigt plaats te vinden. 

Een brace zorgt niet voor nadelige bewegingsbeperking, integendeel, je kan er – doordat je veel minder pijn en ongemak hebt- juist beter mee lopen, werken en sporten!

Waarom is het belangrijk een enkelbrace te dragen?

Een enkelbrace wordt gedragen wanneer je klachten ervaart of als je blessures wilt voorkomen tijdens sporten met veel contact waarbij de kans op een enkelblessure groter is. Dit kan zoals gezegd zijn met sporten, tijdens uitvoer professie of met klussen. Soms ook in rust. Op alle andere momenten hoeft de brace niet gedragen te worden.

Zoals gezegd is een enkelbrace belangrijk voor ondersteuning van een blessure of chronische enkelklachten maar waar moet je eigenlijk op letten bij het kiezen van de juiste brace?

Niveau's van bescherming

Let bij het kiezen van een enkelbrace op de verschillende (3) beschermingsniveaus. Vaak wordt onderscheidt gemaakt tussen;

  • niveau 1: basisbescherming 
  • niveau 2: geavanceerde bescherming 
  • niveau 3: hoogste beschermingsgraad

Een niveau 1 brace zorgt voor basisbescherming en biedt de minste ondersteuning, maar is vaak het meest flexibel. Dit type brace is het beste voor pijnverlichting en milde tot matige ondersteuning wanneer je volledig actief blijft. Een niveau 1 brace is o.a. geschikt voor:

  • reuma, 
  • lichte artrose
  • zwellingen
  • spataderen

Een niveau 2 brace biedt meer bescherming dan niveau 1, is vaak minder flexibel, maar laat toch voldoende bewegingsvrijheid toe. Je krijgt milde tot matige ondersteuning  en is o.a. geschikt voor:

  • middelzware artrose, 
  • middelzware instabiliteit, 
  • middelzware hypermobiliteit
  • overbelasting, 
  • verstuiking of kneuzing, 
  • slijmbeurs en peesontstekingen.

Een niveau 3 brace biedt de meeste ondersteuning maar beperkte beweging. Dit type brace wordt veel gebruikt om te herstellen van een operatie, waarbij de enkelbeweging tijdelijk moet worden geremd en ondersteund. Andere aandoeningen waarbij een niveau 3 brace gebruikt wordt zijn:

  • zware artrose, 
  • forse instabiliteit, 
  • zware hypermobiliteit
  • als vervanging van tape
  • gescheurde enkelbanden
  • kraakbeen problematiek
  • na een enkelbreuk
  • na een operatie

Verder is het belangrijk dat een brace comfortabel aanvoelt en een niveau van ondersteuning biedt dat nodig is op basis van je individuele behoeften. Zit de brace te strak dan kan dat van invloed zijn op de doorbloeding. Te los is ook niet goed want dan zakt de brace steeds af en geeft hierdoor niet de vereiste ondersteuning. Mn een niveau 3 brace kan – doordat dit soort braces meer steun geven – stijf aanvoelen terwijl een compressie kous zorgt voor meer beweeglijkheid maar juist minder ondersteuning biedt.

Waar kan ik terecht voor deskundig en betrouwbaar advies?

Podobrace is dé online winkel gerund door specialisten op het gebied van houding en bewegen. Het bestaat uit een team van fysio-, manueel-, en podotherapeuten. Met 35 jaar ervaring, de juiste producten, advies op maat en snelste levering staat Podobrace al jaren bekend als dé specialist in medische hulpmiddelen.